Advertisement

115 kilo vuurwerk in Berlicum: wat deze vondst zegt over veiligheid en verantwoordelijkheid

Een woning aan de Oude Pastorieweg in Berlicum bleek onlangs het toneel van een opmerkelijke en zorgelijke ontdekking: agenten troffen er 115 kilo vuurwerk aan, in alle soorten en maten. Volgens de politie is alles in beslag genomen. De vermoedelijke eigenares is niet aangehouden, maar wel uitgenodigd voor verhoor; zij wordt verdacht van bezit van en handel in vuurwerk en het verkopen vanuit huis. Los van de juridische uitkomst legt zo’n vondst pijnlijk bloot hoe groot de risico’s zijn wanneer consumentenvuurwerk buiten de regels om wordt opgeslagen en verhandeld.

Wat er in Berlicum gebeurde

De casus in Berlicum is exemplarisch voor een trend die we de laatste jaren vaker zien: opslag en distributie van vuurwerk in woonwijken, vaak via informele kanalen. 115 kilo is geen detail—het is een serieuze hoeveelheid die, afhankelijk van de samenstelling, een reëel brand- en explosierisico vormt. Voor omwonenden, maar ook voor de eigenaar zelf. Dat de politie het materiaal direct in beslag nam, is niet verrassend; zelfs legaal vuurwerk kan in zulke volumes – zeker als het gemengd is met verboden categorieën – levensgevaarlijk zijn wanneer het niet aan strenge opslagnormen voldoet.

Waarom 115 kilo vuurwerk levensgevaarlijk is

Vuurwerk is ontworpen om in korte tijd veel energie vrij te geven. In een huiskamer, slaapkamer of schuur ontbreekt vrijwel alles wat een veilige opslag vereist: gecontroleerde temperatuur en luchtvochtigheid, brandwerende afscheidingen, en afstand tot ontstekingsbronnen. Een enkele vonk, een defecte stekkerdoos of een omgevallen doos kan een kettingreactie teweegbrengen.

Daarnaast is er het effect op hulpdiensten. Brandweer en politie die een brand of melding in zo’n woning afhandelen, lopen extra gevaar door onverwachte ontploffingen of giftige rook. En voor de buurt geldt: scherven en drukgolven kennen geen voordeur. Dat alles maakt ongereguleerde opslag geen onschuldig buurinitiatief, maar een collectief veiligheidsrisico.

Het juridische kader in Nederland

De Nederlandse regels rond vuurwerk zijn de afgelopen jaren aangescherpt. Sinds 2020 zijn onder meer knalvuurwerk en vuurpijlen landelijk verboden. Een deel van het siervuurwerk in categorie F2 is onder voorwaarden toegestaan, maar alleen in de wettelijke verkoopdagen aan het einde van het jaar en het afsteken is beperkt tot een vastgestelde periode rondom de jaarwisseling. Gemeenten kunnen bovendien een lokaal afsteekverbod instellen, waardoor zelfs legaal gekocht consumentenvuurwerk ter plekke niet gebruikt mag worden.

Professioneel vuurwerk (zoals categorie F3/F4 of P- en T-categorieën) is zonder vergunning altijd verboden voor particulieren. Ook de manier van opslag is streng gereguleerd; zelfs voor legale handelaren gelden zware eisen. Het bezit van grote hoeveelheden, de vermenging van verschillende typen vuurwerk en verkoop buiten de officiële kanalen vergroten de kans op strafrechtelijke vervolging en hoge boetes.

De stille motor: handel vanuit huis en online

De handel verplaatst zich steeds vaker naar de huiskamer en de smartphone. Bestellingen via chatgroepen, bezorgingen via pakketdiensten en afhalen aan de keukentafel: het klinkt laagdrempelig, maar het creëert een schaduwmateriaalstroom die aan iedere controle ontsnapt. Daarbij komt dat herkomst en kwaliteit vaak onduidelijk zijn. Verkeerd gelabelde producten, ontbrekende CE-markeringen of illegale composities vergroten het risico op onvoorspelbaar gedrag bij ontsteking.

Voor kopers speelt nog iets anders mee: verzekeringstechnisch sta je zwak bij schade door illegaal vuurwerk. Brand- of letselschade kan financieel verwoestend uitpakken. En wie koopt van huisdealers houdt indirect een risicomodel in stand dat de hele straat raakt.

Wat kun je als buurtbewoner doen?

We hoeven geen speurneuzen te worden om alert te zijn. Signalen kunnen zijn: opvallend veel en zware pakketjes, een constante chemische geur, frequente bezoekers op onregelmatige tijden of een onverwacht volle schuur met kartonnen dozen. Dat zijn geen bewijzen, maar wel redenen om je zorgen te delen. Twijfel je, meld het dan bij de politie of anoniem. Liever een keer te vroeg dan te laat.

Daarnaast helpt het om in de aanloop naar de jaarwisseling het gesprek aan te gaan. Spreek elkaar aan op opslag in huis en op het afsteken van verboden categorieën. Vriendelijk, maar duidelijk: niemand wil dat zijn kinderen of buren onnodig gevaar lopen. En moedig jongeren aan om niet via dubieuze kanalen te kopen. Veilige alternatieven en voorlichting schelen meer dan een vermanend vingertje.

Naar een andere jaarwisseling?

Het debat over vuurwerk blijft terugkomen: traditie versus veiligheid. Intussen groeit het aantal gemeenten met vuurwerkvrije zones of een algeheel afsteekverbod. Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe tradities, zoals professionele vuurwerk- of droneshows. Zulke collectieve evenementen bundelen de beleving, beperken de risico’s en maken toezicht mogelijk.

Wat de vondst in Berlicum vooral laat zien, is dat verantwoordelijkheid niet uitsluitend bij wetgever en politie ligt. Iedere schakel in de keten – van koper tot buur, van organisator tot ouder – kan het risico verlagen. Dat begint met bewustzijn en de bereidheid om veilige keuzes te maken, zelfs als dat ten koste gaat van een traditie zoals we die kenden. Een knallend begin van het jaar is mooi; een heel en veilig begin is beter.